Kermis in de 19de eeuw - 2

Voorpret

 

door Anna Horsthuis 

 

 

Kermiswens

Tegenwoordig is een middagje kermis leuk, maar - te midden van de vele vormen van vermaak die we kennen - ook weer snel vergeten. Zo niet in de negentiende eeuw. Toen was de Rotterdamse kermis het grootste, meest onstuimige en langst durende feest van het jaar; men verheugde zich maanden van te voren en spaarde het hele jaar voor die week, die de grauwe sleur van het bestaan en het harde dagelijkse gezwoeg tijdelijk doorbrak. Als het eenmaal zover was, schrijft Hein Mol in ‘Memoires van een Havenarbeider:’ “…ging [er] een golf van kermisvreugde door de stad. Men wenschte elkander een plezierige kermis, de vuilnisman, de brievenbesteller, de bakker, de slager, de kruidenier’s en apothekers-loopjongens, zij strooiden allen hun kermiswenschen rond als Sinterklaas zijn peperneuten.” Die wensen waren niet geheel onbaatzuchtig; als dank ontving de wenser vaak een geldbedragje om kermis te kunnen vieren: knechts van hun patroons bijvoorbeeld, bedienden van hun klanten of dienstbaren van hun dames en heren. Deze “kermisfooi” vormde, net als de nieuwjaarsfooi, een vast ritueel, dat soms zelfs werd vastgelegd in de arbeidsvoorwaarden. Via een advertentie in de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 1850 werd bijvoorbeeld een jongste bediende gezocht: “[…]een fatsoenlijk jong mensch, 16 à 18 jaar oud, een goede hand schrijvende, tegen genot van een Kermis- en Nieuwjaarsgift.” In Amsterdam gingen bepaalde beroepsgroepen, zoals straatvegers, vuilnismannen en lantaarnopstekers, kort voor de kermis de deuren langs en deelden eenvoudige kermisprentjes uit met gedichtjes in ruil voor een paar centen.

 

 

 

Kermisvrijer

Behalve op zoek naar het noodzakelijke geld, waren veel jonge mensen ook op zoek naar een partner om kermis mee te houden. De zogenaamde “kermisvrijer” was een bekend fenomeen in de late negentiende eeuw. Om die reden stonden er kort voor de kermisweek vele, vaak jolige, contactadvertenties in het Rotterdamsch Nieuwsblad: “Een aardig, lollig Ventje vraagt een net mollig Meisje om deze kermis genoeglijk samen door te brengen op de kosten van het Ventje. Dus meisjes lief en net, zendt brieven met portret.” Ook de meisjes waren op zoek naar partners: “Twee nette jolige Dames komen voor de kermisdagen twee nette chique Heeren vragen, dus heeren zeer galant, doch die betalen à contant, zendt brieven van uw eigen hand.” Dat de heren zouden betalen was niet vanzelfsprekend, als blijkt uit de volgende advertentie: “Drie nette vroolijke Heeren vragen drie dito Dames om op kosten der dames de kermis genoeglijk door te brengen. […]”  

Kermisprent van de vuilnismannen van Amsterdam, 1827. Collectie Rijksmuseum.

Kermislied                                                                                                                                                                                                  Een andere manier om zich voor te bereiden op het heugelijke feest, was door middel van het instuderen van het “Kermislied.” Jaarlijks werden er – vooral in de laatste decennia van de negentiende eeuw - een aantal weken voor aanvang van de kermis één of meer kermisliederen uitgebracht. Soesman, van Soesmans Variététheater aan de Coolsingel, was bijvoorbeeld een bekend verstrekker van het lied. In 1890 kon men het kermislied van zijn hand al op 16 juni horen in zijn variété-programma.  Bovendien was het lied, met notenschrift,  in verschillende zaken à 10 cents verkrijgbaar, zodat het publiek thuis kon oefenen. Dat zal geen zware opgaaf zijn geweest; het refrein luidde: “Laat ons draaien en pierewaaien, O! Jongens wat een pret, met meisjes lief en net, Laat ons draaien en pierewaaien.”  In 1893 kreeg Soesman concurrentie van een “kermislied op de melodie van Wiener Schwalben,” dat te koop werd aangeboden door gelegenheidsdichter C.Q.J. De Keijzer. Welk lied tijdens de kermis de boventoon voerde, werd door het publiek bepaald. In 1888 leek geen enkel lied te overheersen. Volgens het Rotterdamsch Nieuwsblad klonken naast nieuwe, ook vele oude kermisliederen, zoals “Halli!-Hallé!-Hallo!” “Popje-lief,” “naar de Maliebaan” en “O mijn Susan.”

 

 

 

 

"Tintelende oogen"                                                                                                                                                                                            Kinderen namen eveneens deel aan de voorpret. Bijvoorbeeld door bij de havens te gaan kijken naar wat er allemaal werd uitgeladen aan materiaal voor de kramen, stallen en tenten, aangezien veel kermisexploitanten per schip reisden. Die materialen werden vervolgens met een handkar naar de kermisterreinen gebracht, waar elke kraam en elke tent een vaste plaats kreeg die van te voren was afgesproken met de Rotterdamse marktmeesters en waarvoor plaatsgeld was betaald.  Hein de Mol vertelt hoe zijn broertjes dagenlang van huis waren om de kermis te helpen opbouwen: “En den omgang met de artisten van de kermis, die even hard sjouwden als de rest […] was een evenement in het leven van de jeugd. Ze kwamen thuis zwart als Mooren met hun broeken vol winkelhaken, maar met tintelende oogen en hun hoofd vol van het romantische kermisleven […].” Officieel was de tweede maandag van augustus de eerste kermisdag, maar niet iedereen kon zo lang wachten. De zaterdag ervoor gingen in de Zandstraatbuurt en op de Schiedamsedijk de vlaggen uit en werd er al gedanst en gezongen op straat.  

 

 

Boniseurs en jenners

Was de kermis eenmaal begonnen, dan boden de straten en pleinen van de stad een indrukwekkend schouwspel. Er waren massa’s mensen op de been. Extra treinen en schepen werden ingezet om de menigte aan en ook weer af te voeren. “Overal gewoel, gedrang, muziek, gezang, dans, kunstenmakers en wat dies meer zij,” schreef de Nieuwe Rotterdamsche Courant in 1850; “Overal kramen, tenten en spellen. Hier en daar orchesten of estrades, schreeuwende mannen die u uitnodigen om de spellen binnen te treden: “Komt dit zien” en “Treedt binnen maar” of “Van binnen moet je zijn!” Die schreeuwende mannen, boniseurs genaamd, hoorden bij de attractie en probeerden, onder begeleiding van trommels en trompetten, het publiek te verleiden een kaartje te kopen door een fraai voorproefje te geven van wat er binnen te zien zou zijn. Ze werden bijgestaan door jenners; quasi-toeschouwers die zich in het publiek mengden om het met hun enthousiasme aan te steken.

Kermisvermaak. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Straatmuzikant met apen. Vervaardiger: Jacobus Ludovicus Cornet (1825-1882).

Interessante vreemdelingen                                                                                                                                                                             De kleuren en schittering van tenten en kramen, de klanken van trompetten en violen, tamboerijnen en bekkens, de geuren van poffertjes en wafels, van paarden uit het paardenspel en van gerookte paling, zullen allemaal aan dit feest der zintuigen hebben bijgedragen. Voor de meeste mensen, die nooit in het buitenland kwamen of zelf maar reisden, was de kermis een vakantiereis op zich. De spiegels, de bonte versieringen, het barokke beeldhouwwerk van steigerende paarden en voluptueuze dames, het rood fluweel en glimmend koper vormden een tijdelijke onderbreking van het sobere dagelijkse bestaan.  Daar droegen de vele interessante vreemdelingen die men in de straten tegen het lijf liep flink aan bij. Mooi uitgedoste boerinnetjes en boertjes uit de dorpen in de omgeving bijvoorbeeld, maar vooral de  straatartiesten. Naast kermisattracties met een vaste staanplaats, waren die er immers in overvloed: zangers, vioolspelers, orgelmannen, of een combinatie daarvan, vaak vergezeld van mooi aangeklede aapjes of hondjes; goochelaars, straatgymnasten, vuurvreters, buiksprekers, waarzeggers, lieden met een kijkdoos, een geleerd dier,  of mensen die een opvallende lichamelijke afwijking vertoonden. De indruk die deze ongebonden, veelal uitheemse artiesten maakten is te lezen in de roman “Jaapje,” over het gelijknamige negentiende-eeuwse weesjongetje, van Jac. van Looy (1917): “De orgelman had lichte polka-haren en zilveren ringetjes in zijn ooren; hij had een stompe sik, rille oogen en op zijn hand, wanneer hij langzaam speelde, kon je het blauwe ankertje zien.” Ook de man met de beer wist Jaapje te boeien:  “Hij had zwart oostersch haar en witter oogen dan gewone menschen en had in zijn eene hand een lange stok en nog een ander hoedje […]. Hij had een schorre stem en praatte net als de Itaaljaansche schoorsteenvegers onder de schoorsteen deeën.”

Houders van vaste attracties versterkten die hang naar het romantische en uitheemse door middel van strooibiljetten, reclames in kranten, uithangborden en oproepen waarmee ze de (echte of vermeende) buitenlandse afkomst van hun artiesten benadrukten. Zo waren er in 1844 op de Rotterdamse kermis “Engelsche Toneelisten, Dansers, Muzijkanten” en ook zouden er “Keizerlijke Russische Pantomimisten” optreden. In de menagerie van de heer Allart waren “De wachters der dieren Egyptenaars in hunne eigene kleeding,” In 1855 waren er “Amerikaansche Luchtdansers” te bewonderen, en Kunstrijders uit de “Keizerlijke circussen te Parijs, St. Petersburg, Madrid, Weenen.” Ook traden “Tyroler Zangers en Zangeressen” op, gekleed in “Nationaal Kostuum,” en waren er “Indiaansche en Chineesche Tooverkunst” en “Perzische oefeningen” te bewonderen. Een “Pruissisch Paardrijders Gezelschap” en de heer Louis Figer, “Physicus der Keizerlijke Universiteit in Praag en Kunstenaar uit den Harem van Z.M. den Sultan” waren een jaar later van de partij.

Bezoekers worden gelokt naar een kermistent, 1808. Vervaardiger: Christiaan Andriessen. Collectie Stadsarchief Amsterdam.  

Standsverschil                                                                                                                                                               

Op de kermis troffen alle rangen en standen elkaar: “en zo wemelt dus die bonte menigte[…],” schreef de krant over de Haagse kermis, “alle standen der maatschappij zijn vertegenwoordigd (…) alles joelt door elkander (…) alles [heeft], vóór den oogenblik, één doel, één geneugt: Om bot te vieren aan den jool’ge kermisvreugd”. Toch sijpelde standsverschil en onderscheid ook op de kermis door, zowel in tijd als in plaats. In Rotterdam begonnen de hogere standen vaak pas op donderdag met kermisvieren terwijl de zaterdag, de laatste kermisdag en –nacht, steeds meer de luidruchtige en uitbundige dag werd van het gewone volk. Ook in attracties bestond een rangorde. Circus en theater stonden bovenaan als fatsoenlijke en beschaafde vermaken terwijl carrousels en zweefmolens meer aan kinderen en de lagere standen werden gekoppeld. Er was ook een scheiding in de lokalen en kroegen die men bezocht om te eten en drinken en de kermisviering voort te zetten: de nette burgerij ging naar  gerenommeerde lokalen in de stad en het westelijk lanengebied, of bezocht de vauxhalls in de sociëteiten Harmonie of Concordia, terwijl de lagere standen naar de kroegen in de Zandstraatbuurt gingen of gewoon op straat feestten.

 

 

 

Categorieën

Hoe kon de bezoeker aan de Rotterdamse kermis zich in de negentiende-eeuw vermaken? Het aanbod aan attracties was enorm; naast attracties zoals wij die zouden verwachten, zoals draai- en zweefmolens, luchtschommels en cakewalks, was er theater, variété en circus. Tevens diende de kermis als wetenschapsmuseum, als dierentuin, als dans- en muziekfestival en natuurlijk als drank- en eetfestijn. Men kon zich er kostelijk amuseren, zijn sensatiezucht bevredigen en tevens zijn behoefte aan kennis en informatie stillen. In de komende afleveringen zijn de attracties verdeeld in de volgende categorieën: “Amusement,” “Sensatie,” “Kennis” en “Net Echt.” Hoewel de vermaken regelmatig in verschillende van deze categorieën passen of elkaar overlappen, hoop ik hiermee toch enige orde te scheppen. Daarna volgt nog een hoofdstuk gewijd aan een onmisbaar onderdeel van de kermis: eten, drinken en feesten, om te besluiten met een relaas over de verdwijning van het feest.

Eerder gepubliceerd in "Ons Rotterdam."

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.